PBF HiRes Bethel Moordrecht 18

Orgel

Het gaat om een authentiek Flaes orgel uit 1871, met een sober, modern front. Dit orgel werd in 1954 in de kerk geplaatst door de firma S. de Wit uit Badhoevedorp. 

PBF HiRes Bethel Moordrecht 20

Het orgel is een elektro-pneumatisch orgel met 2 manuelen en 9 stemmen. De dispositie is als volgt:

  • Man.I :  Prestant 8, Bourdon 16, Holpijp 8 *, Octaaf 4 *, Mixtuur 3-4 sterk. Manuaal koppel, Sub koppel, Super koppel
  • Man II: Viola di Gamba 8 , Fluit 4 *, Quint 3 *, Octaaf 2 *,Tremulant Ped. Subbas 16 (= Bourdon 16) en 2 koppels naar I en II

Waar een * staat aangegeven, duidt dit op ouder pijpwerk dat nog afkomstig is vanuit de Oude Kerk aan de Dorpsstraat.

Oude orgel

Dit oude orgel, vanuit de Oude Kerk, was een één manuaals mechanisch orgel. Dit orgel werd door de firma Dekker uit Goes in de Oude Kerk geplaatst. De dispositie was als volgt: Prestant 8,Holpijp 8, Octaaf 4, Fluit 4, Quint 3 , Octaaf 2.

Pieter Flaes

Pieter Flaes werd geboren op 21 mei 1812 in Rotterdam. In 1834 werd hij lidmaat van de remonstrants gereformeerde gemeente. In 1842 trok hij naar Amsterdam. Daar ontmoette hij Ike Swart, met wie hij op 24 augustus 1843 trouwde.

Voordat Pieter een eigen bedrijf begon, was hij meesterknecht bij de beroemde familie Bätz te Utrecht. Op 1 januari 1842 richtte hij samen met Georg Diederich Brünjes in compagnonschap een zelfstandig bedrijf op in Amsterdam. Vanaf 1869 hield het compagnonschap op te bestaan en stapte Brünjes over naar de pianohandel. Flaes ging verder in de orgelbouw. In zijn werkplaats werden de pijpen handmatig gemaakt met de afmetingen naar normaal-mensuren volgens Töpfer. Flames overleed op 10 juni 1889. Zijn bedrijf werd overgenomen door de broers Steenkuyl, die in een modernere stijl doorgingen.

Het werk van Flaes werd onder meer beïnvloed door Bätz. Deze beïnvloeding is terug te zien in de frontontwerpen voor de orgels die Flaes bouwde. Met name het orgel dat Bätz in de Nieuwe Kerk in Delft heeft gebouwd, stond symbool voor de fronten die door Flaes werden ontworpen. Het laatste orgel dat Flaes heeft gebouwd, stamt uit 1888. Dit orgel staat nog altijd in Gouderak. Totaal zijn van Flaes nog ongeveer 50 orgels bewaard gebleven. De grootste hiervan staat in de Oostzijderkerk in Zaandam en de kleinste, met 1 manuaal, staat in Noordwelle in Zeeland. 

NL GdSAMH 0440 72571 Fotocollectie MH   kopie
PBF HiRes Bethel Moordrecht 22

Huidig orgel in de Beth-El kerk

Het contract van het orgel is bewaard gebleven in het streekarchief van Gouda. Dit contract vermeldt de huidige dispositie, met uitzondering van de Woudfluit. Het contract is getekend door J.N. Scheltema, namens het kerkbestuur, op 21 januari 1871 en door P. Flaes op 26 januari 1871. De prijs van het orgel, met uitzondering van het verfwerk, ƒ 3275,00. In het streekarchief van Gouda zijn naast dit contract, ook nog de volgende documenten te vinden:

  • Correspondentie tussen Scheltema en Flaes, getekend op 18 juli 1869 en 14 december 1870.
  • Een aanbieding van Flaes van 13 januari 1871. Deze aanbieding biedt drie varianten voor een orgel. 1) De huidige dispositie vermeerderd met een mixtuur 3 sterk bas en discant voor ƒ 3400,00. 2) De huidige dispositie, maar zonder de trompet, met mixtuur 3 sterk bas voor ƒ 3100,00. En 3) Een variant op optie 2, maar zonder Viola di Gamba op bovenmanuaal voor ƒ2750,00. Uiteindelijk wijkt het opgeleverde orgel volgens contract af van de drie aangeboden varianten.
  • Een kwitantie van P. Flaes, getekend op 28 juli 1871, voor het leveren van een nieuw kerkorgel, volgens contract, voor een bedrag van ƒ 3275,00.
  • Een kwitantie van G. Jansen, getekend op 22 juli 1871, voor het verven van het nieuwe orgel voor ƒ 50,00.
  • Een reglement van 15 artikelen voor de organisten, opgesteld op 23 september 1893 door de secretaris van het kerkbestuur.

In 1950 wordt gesproken en geschreven over een grote verbouwing van de kerk. Deze verbouwing gaat in overleg met architect Ir. M.C.A. Meischke en aannemer Fa J. Slegt uit Gouda. Ook het front van het orgel moet een grondige metamorfose ondergaan volgens de architect. Er komen offertes van twee orgelbouwers. 

PBF HiRes Bethel Moordrecht 20

De eerste offerte is afkomstig van H. Vermeulen uit Overschie en dateert van 4 januari 1952.

  • Demontage van het orgel en opbergen op een andere galerij totdat de verbouwing van de kerk klaar is;
  • Schoonmaken van alle delen;
  • Frontvormverandering op aanwijzing van de architect;
  • Alle pijpwerk uitdeuken en ronden;
  • Stiften en haken controleren;
  • Nieuwe pennen voor het registermechaniek;
  • Nieuwe bronzen veren onder de speelventielen (112 stuks);
  • Klavierbeleg in orde maken en eventueel aanvullen;
  • Registerknoppen completeren;
  • Nieuw koperdraad aanbrengen;
  • Pijpstokken die niet vlak zijn vlakken;
  • Conserveren van eventueel door houtworm aangetaste delen;
  • Intonatie en stemmen;
  • Nieuw eikenhouten pedaal;
  • Frontpijpen polijsten en met metaallak overtrekken.

Dit alles voor een totaalbedrag van ƒ 3200,00. 

De tweede offerte is afkomstig van Fa. J. de Koff te Utrecht.

  • Demontage van het orgel en opbergen op een andere galerij totdat de verbouwing van de kerk klaar is;
  • Verhelpen van bijspraak door pijpstokken die niet vlak zijn te vlakken;
  • Winkelhaakregels boven de klavieren door nieuwe vervangen vanwege slijtage;
  • Lagers van beide welramen vernieuwen, de assen laten lopen in bevoerde lagers, teneinde de ruimte in de speelaard tot een minimum terug te brengen;
  • Kopwerk van schroef- en aanhangdraden der abstracten vernieuwen, alsmede de voorstekers en alle windladeveren, daar bij demontage de koperdraden kunnen breken;
  • De blaasbalg is nog in goede staat en zal waar nodig winddicht worden gemaakt;
  • Op de Subbaslade zullen alle membramen door nieuwe worden vervangen van de eerste soort Amerikaans spaltleder;
  • De windmachine wordt in de vastgestelde bergruimte achter het orgel geplaatst, terwijl het windtoevoerkanaal zal worden vervaardigd van droog vurenhout;
  • De afsluiting boven de frontpijpen komt te vervallen, een en ander in overleg met uw architect. Terwijl de orgelkas van boven gesloten zal blijven om invallen van vuil te voorkomen en een grotere en betere klankuitstraling te verkrijgen;
  • Alle onderdelen zullen goed stofschoon worden gemaakt;
  • Aan de pijpen zal veel zorg worden besteed, stemkrullen-labiums en kernspleten zullen goed worden nagezien, terwijl loszittende baarden opnieuw worden aangesloldeerd;
  • Aan de intonatie zal eveneens zorg worden besteed, terwijl de pijpen zuiver gestemd zullen worden;
  • De kosten voor het demonteren en opbouwen, alsmede bovengenoemde werkzaamheden, zullen bedragen ƒ 2485,00;
  • Daar het pedaalklavier van abnormale afmetingen is en het bovendien erg rammelt, verdient het aanbeveling dit te laten vervangen door een nieuw van prima eikenhout, volgens de int. Afmetingen van C-d. Hiertoe dient dan ook het pedaal walsbord en de abstractuur te worden veranderd. De kosten hiervoor zullen bedragen ƒ 375,00;
  • Voor het eventueel polijsten der frontpijpen  moet op een bedrag worden gerekend groot: ƒ 325,00.

    Dit alles voor een totaalbedrag van ƒ 3185,00. 

De opdracht werd op 10 januari 1952 schriftelijk gegeven aan de Fa. J. Koff met uitdrukkelijke vermelding van de frontwijziging volgens de architect Meischke voor het bedrag van ƒ 3185,00. In 1952 is het resultaat van de ombouw niet al te best geweest. Het orgel werd in een nieuw aangebrachte nis geplaatst. Hierbij werd het oude front verwijderd, maar zijn de originele frontpijpen bewaard gebleven. Behalve de in de offerte genoemde werkzaamheden, werd de originele Trompet 8 vervangen door een fabrieksproduct.

De Bourdon 16’ van het ondermanuaal werd bespeelbaar gemaakt als vrije stem op het pedaal. Dit zou een verbetering zijn geweest als de traktuur (de verbinding tussen toets en ventiel) mechanisch zou zijn gemaakt. Zoals gewoon was in die dagen, werd de traktuur pneumatisch gemaakt. Dit had de nodige storingen en gebreken tot gevolg. De Bourdon 16’ werd daarom op het manuaal I alleen bespeelbaar in de discant (vanaf cis1). Ook werden de frontpijpen van de prestant met pneumatische traktuur aangesloten.

De laatste organist die het orgel in Gouda vanaf 1930 heeft bespeeld, was meneer D.G. van Vreumingen, de eigenaar van de bekende tabakswinkel aan de markt in Gouda. Zijn zoon heeft de opstelling van het orgel destijds in Gouda ter beschikking gesteld. Daarnaast is het orgel nog bespeeld door Arie Pronk, bekend van de zanguitvoeringen voor de Evangelische Omroep. Hij bespeelde het orgel van 1950 tot en met 1960. Arie bespeelde het orgel voor de vrijzinnig hervormden, die ook van het kerkgebouw gebruik maakten. Verder is het orgel af en toe bespeeld door familieleden van meneer Van Vreumingen. Later, toen het orgel in Moordrecht was geplaatst, heeft Van Vreumingen het orgel samen met Huib den Boer en Panc Vink nog een keer bespeeld. Bij die gelegenheid wees meneer Van Vreumingen op een paneel in de achterwand van het orgel. Op dit paneel stond een overzicht van de organisten die het orgel sinds 1871 hebben bespeeld. Het paneel bestaat nog steeds, maar is helaas gedeeltelijk beschadigd bij de overplaatsing naar Moordrecht. 

0440. 56080 ca juni 1945, SAMH

Het paneel

Op het paneel is, voor zover mogelijk, te lezen:

Dit orgel Is ingewijd den 23 Juli 1871 Bespeeld om beurten door de (heren):
Jakob Kwast en Cornelis Corstianus K —
De inwijdingsrede  gehouden  ——- (door)
Den Predikant J.G Sche —-
Tekst  2 Corinthe 5 vers 1,  —–
“Ziet, het is alles nieuw geworden —–
Gezongen:
Voorzang:  2e  Bundel  Gez:   —-
1e Tuschenzang 1e Bund. Gez: —
2e      _       Psalm  51
3e      _       1e Bund. Gez.  —-
4e      _       1e Bund. Gez.  —-
Nazang :  2e  Bundel  Gez:   —

Organisten

Van 23 Juli 1871 tot ultimo december 1871 Jakob Kwast en C:C: Knaaps De eerste vertrok 1 Januari 1872 naar Amsterdam als Organist der Amstelkerk van 1 Januari 1872 tot 24 Sept. 1893 C C Knaap Eerwd. Ambtsdrgn (Op een apart vel:) In diens plaats benoemd de Organist H.B. Spaanderman Eerste dienst  1 October 1893 Laatste   _ 21 Januari 1894 In diens plaats benoemd den Organist Joh. G. Arends Eerste dienst ??  Januari 1894

Verder geeft het paneel geen informatie. Tot 1969 werd het orgel bespeeld door de al genoemde meneer Van Vreumingen. In 1969 werd de Remonstrantse kerk in Gouda gesloten en hielden de Remonstranten samen met de Lutherse gemeente kerkdiensten op de Gouwe.

De Gereformeerde kerk in Moordrecht kocht het orgel in 1969 voor slechts ƒ 3000,00. Bemiddeling in deze transactie werd verleend door de toenmalige burgemeester van Moordrecht, de heer H.C. Vermaat. De tip die leidde tot de aankoop van het orgel was afkomstig van de heer G. Verloop (orgeldeskundige), op dat moment woonachtig in Moordrecht.

Een rekening van de firma Fonteyn en Gaal, gevestigd te Amsterdam en Rotterdam, vermeldt het volgende:

Uw kerkorgel gedemonteerd, geladen, vervoerd en opgeslagen, incl. reiskosten en nota expediteur, uitgevoerd in Januari 1968,  incl. 4% o.b.  ƒ 2059,20.

De onderdelen van het orgel zijn na de demontage ruim een jaar opgeslagen in een loods van de heer A. van Houwelingen, kaashandelaar in het Westeinde. Deze opslag deed het orgel geen goed. Een van de oorzaken van deze opslag was een onderlinge strijd in de kerkelijke gemeente. Deze strijd ging over het feit of het orgel voor- of achterin de kerk moest worden geplaatst. Uiteindelijk werd de overplaatsing van het orgel naar Moordrecht uitgevoerd door de firma Fonteyn en Gaal, voor de prijs van ƒ 18760, inclusief 12% BTW. Een rekening van Fonteyn en Gaal van 7 oktober 1969 vermeldt het volgende:

Rekening voor de Commissie van Beheer der Geref. Kerk te Moordrecht No. 6947

Uw orgel opgesteld op de galerij, windlade gerepareerd, abstracten hersteld, frontpijpen opgevormd, onderdelen en pijpwerk schoongemaakt, intonatie gecorrigeerd en ingestemd, 2 nieuwe regulateurs gemaakt ven sipo mahonie, kanalisatie vernieuwd, bedrijfsklaar aangesloten, nieuwe orgelmotor volgens offerte 30/12 ’68,  nieuwe motorkist, nieuw orgelfront met zijwand, frontpijpen aangepast aan nieuwe opstelling, nieuwe pedaalkoppel apparatuur,uitgevoerd in lichtmetaal, incl montage (onderdelen gespecificeerd : totaal bedrag  ƒ 18760,00).

Zonder veel respect voor het orgel ging men te werk. De pneumatische overbrenging van het pedaal werd gelaten zoals het was, behalve dat de loden conducten werden vervangen door inferieure plastic slangetjes. De koppeling tussen het pedaal en het ondermanuaal werd vernieuwd, met aluminium strippen als abstracten. In de praktijk bleek dit geen succes. De oude magazijnbalg werd vervangen door twee regulatoren, een voor de manuaallade en een kleine voor de Bourdon 16’ van het pedaal.

De capaciteit van de nieuwe windvoorziening was te klein, met als gevolg dat bij het volle werk de klank wegzakte (ook wel windziek genoemd). De stemming had hier onder te lijden. Enkele pijpen van de Prestant 8’ in het front werden ingekort omdat er in de hoogte niet genoeg ruimte was. Het orgel werd op het achterbalkon van de kerk in de hoek geplaatst. Hierdoor moest architect Frans Vink Fz. noodgedwongen een asymetrische frontopstelling ontwerpen. Een bestaand orgelfront van Flaes was beschikbaar in Grosthuizen (Noord-Holland). Deze kans werd echter niet benut. Ook de bekende organist Nico van den HOoven, een oud-Moordrechtenaar, was als adviseur bij deze zaak betrokken. De beide organisten van de kerk, Huib den Boer en Pim Vink, zagen in 1983 kans om voor ƒ 1000,00 een originele Flaes-Trompet te bemachtigen, afkomstig vanuit het Flaes orgel in Hazerswoude. Enkele weken later heeft de firma Kaat en Tyhuis, gevestigd in Kampen, de Trompet in het orgel geplaatst. De fabriekstrompet werd later verkocht aan de Beth-El kerk voor ƒ 700,00 en is daar nog steeds aanwezig in het orgel. 

In 1990 zijn door dezelfde firma enkele restauraties en reparaties uitgevoerd voor de prijs van ƒ 45000,00. Dit bedrag werd betaald door de oud-papier commissie. De restauraties omvatten de volgende werkzaamheden: 1) de verbinding tussen de toets en het ventiel van de Bourdon 16’ van het pedaal werd mechanisch gemaakt en uitgebreid met twee pijpen cis’ en d’. Hierdoor ontstond een volledig vrij pedaal. Om die reden is de pneumatiek verwijderd. 2) De Bourdon 16’ van het ondermanuaal, die in feite alleen in de discant van pijpen was voorzien, is naar onderen uitgebreid tot klein c door middel van een rij pijpen. Deze pijpen waren afkomstig van de Holpijn van het boven manuaal. De Holpijp van het bovenmanuaal kreeg een nieuw groot octaaf, naar voorbeeld van de oude pijpen. 3) De windvoorziening werd verbeterd met een dubbelvoudig magazijn balg. Dit naar voorbeeld van een originele balg van Flaes en verplaatsing van de windmotor. 4) De pedaalkoppel werd vervangen door een goed functionerende dubbele koppeling van het pedaal naar het ondermanuaal en naar het bovenmanuaal. 5) De beperkte bezetting van het bovenmanuaal werd uitgebreid met een Woudfluit 2’ op een kantsleep. Dit naar het voorbeeld van de Woudfluit in het Flaes orgel te Uitgeest. 6) Reparatie van het pijpwerk, met name de kapot gestemde bovenranden. 7) De lade aan de onderzijde werd beplakt met leer; dit voorkomt lekker naar buiten. 8) Er vond behandeling tegen houtworm plaats en enkele andere werkzaamheden werden uitgevoerd, zoals het schoonmaken van het pijpwerk, reparatie van enkele gescheurde houten pijpen, herintonatie Viola di Gamba, het mechniek afregelen, reparatie en afdichting van de verhoogde Cornet bank, stemmen en het opnieuw aanbrengen van enige verdwenen ornamenten van de klaviatuur. Er werd nog overwogen om de restauratie uit te laten voeren onder supervisie van Monumentenzorg. Dit plan bleek echter niet uitvoerbaar, omdat Monumentenzorg als voorwaarde stelde dat een origineel gereconstrueerd Flaes front werd geplaatst en dat het orgel werd geplaatst in het midden van de galerij. Vanwege de hoge bijkomende kosten, is aan de wens van Monumentenzorg geen gehoor gegeven.

De heer Karel Terlouw heeft de orgelbank voorzien van nieuw leder. In 2002 is door de orgelmaker Maarten Vos jr. uit Gouderak de Trompet gerestaureerd en geïntoneerd. Het orgel is nog in goede staat en kan nog jaren mee, vooral dankzij het degelijke werk en het gebruik van duurzame materialen door de oorspronkelijke bouwer P. Flaes. De heren Dick Admiraal en Pim Vink hebben in 2010 de orgelkas opnieuw geverfd. 

Het orgel heeft de volgende dispositie:

Ondermanuaal: 

Bovenmanuaal:  

Pedaal:

Prestant 8 

Salicionaal 8    

Bourdon 16

Bourdon 16 (vanaf c klein) 

Holpijp 8

Manuaalkoppel

Octaaf 4

Viola di Gamba 8

Pedaalkoppel 1

Quint 3

Roerfluit 4

Pedaalkoppel 2

Octaaf 2

Woudfluit 2  (nieuw) 

 

Cornet 4 Sterk 

Manualen C-f3

 

Trompet 8 Bas

Pedaal:  C-d1

 

Trompet 8 Discant

 

 

Organisten in Moordrecht vanaf 1954:

  • J. Priem, nog in de Oude Kerk aan de Dorpsstraat, tot 1965;
  • J. Goedhart, tot …
  • J. Faas, 1954-1974;
  • Mevrouw J. Blom-van Houwelingen, 1954-1980;
  • H.G. den Boer, 1974-1999 (overleden);
  • W.N. Vink, 1969-2014;
  • Mevrouw L.M. van Mourik, 1986-1998;
  • H. den Boer, 1999-2000 (overleden);
  • W. van Dommelen, 1999-2014;
  • M. Lamboo, 1999-2013;
  • M. Siebel, 2003-2014;
  • M Uitbeijerse, 2014-2023. 

Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies. Door gebruik te maken van deze website, geef je aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies. Lees meer

Sluiten