Ons orgel

Het prachtige oude Flaes orgel (1871) in de Beth-El kerk te Moordrecht.

Eerst  iets over de kerk en het voormalige orgel. De kerk is gebouwd in 1954 door de firma L. Vermeer en Zn. en het ontwerp was van de heer F. Vink. aannemer en gemeente architect te Moordrecht. Ook het ontwerp van de nog aanwezige gebrandschilderde ramen met bijbel voorstellingen was van zijn hand. Het orgel is in hetzelfde jaar geplaatst door de Fa. S.de Wit te Badhoevedorp. Het was een electro-pneumatisch orgel met 2 manualen en 9 stemmen. Dispositie:

  • Man.I :  Prestant 8, Bourdon 16, Holpijp 8 *, Octaaf 4 *, Mixtuur 3-4 sterk. Manuaal koppel, Sub koppel, Super koppel.
  • Man II: Viola di Gamba 8 , Fluit 4 *, Quint 3 *, Octaaf 2 *,Tremulant Ped. Subbas 16 (= Bourdon 16) en 2 koppels naar I en II

Enkele * aangegeven registers waren ouder pijpwerk nog afkomstig uit de oude kerk aan de dorpsstraat.

Dit 1 manuaals mechanisch orgel werd destijds geplaatst door de Fa. Dekker te Goes. Dispositie: Prestant 8,Holpijp 8, Octaaf 4, Fluit 4, Quint 3 , Octaaf 2. Het orgel van de Wit is in 1969 door de Fa. Fonteyn en Gaal overgeplaatst naar Zevenhuizen. Het orgel dat nu in de Gereformeerde Ontmoetingskerk staat werd oorspronkelijk gebouwd voor de Remonstrants-Gereformeerde kerk aan de Keizerstraat 2 te Gouda, door Pieter Flaes, orgelmaker te Amsterdam.

Pieter Flaes is geboren 21 mei 1812 te Rotterdam. In 1834 werd hij lidmaat van de remonstrants gereformeerde gemeente en in 1842 trok hij naar Amsterdam. Hij trad in het huwelijk met Ike Swart op 24 aug. 1843. Voordat Pieter Flaes een eigen bedrijf begon, was hij meesterknecht bij de beroemde Familie Bätz te Utrecht. Op 1 januari 1842 richtte hij samen met Georg Diederich Brünjes (overleden in 1872) in compagnonschap een zelfstandig bedrijf op in Amsterdam. Dit compagnonschap heeft geduurd tot 1869. Brünjes stapte over naar de pianohandel en Flaes ging verder in de orgelbouw. Tot aan zijn overlijden op 10 juni 1889 is Flaes zijn stijl trouw gebleven. In zijn werkplaats maakten ze de pijpen zelf met afmetingen naar normaal-mensuren volgens Töpfer. Daarna is zijn bedrijf overgenomen door de gebr. Steenkuyl die in een moderner stijl doorgingen.

De invloed van Bätz deed zich o.m. gelden in de frontontwerpen voor de orgels die door Flaes werden gebouwd. Met name het orgel dat Bätz in de Nieuwe kerk in Delft heeft gebouwd stond model voor de fronten die door Flaes werden ontworpen.  In de huidige opstelling in Moordrecht is daarvan behalve de pijpen helaas bijna niets meer terug te vinden. Hoewel Bätz en Flaes in feite concurrenten van elkaar waren, blijkt toch dat zij elkaar als goede bouwlieden aanprijzen en elkaar werk gunnen. Het laatste orgel dat Flaes gebouwd heeft stamt uit 1888 en staat nog altijd in Gouderak. Totaal zijn van hem nog ca. 50 orgels bewaard gebleven waarvan de grootste nog staat in de Oostzijderkerk in Zaandam en de kleinste (1 manuaal)  in Noordwelle (Zeeland).

Een contract van het orgel is bewaard in het streekarchief in Gouda. Het vermeldt de huidige dispositie (m.u.v de Woudfluit). Het is getekend door J.N.Scheltema namens het kerkbestuur op 21 januari 1871 en door P.Flaes op 26 januari 1871. Prijs met uitzondering van het verfwerk: f 3275,00 In het streekarchief te Gouda bevinden zich behalve dit contract nog meer documenten:

Correspondentie tussen Scheltema en Flaes getekend 18 juli 1869 en 14 dec. 1870. Een aanbieding van P.Flaes van 13 januari 1871: 3 varianten:

  • 1) huidige dispositie vermeerderd met een mixtuur 3 sterk bas en discant voor f 3400,-
  • 2) huidige dispositie, zonder Trompet, met Mixtuur 3 sterk bas voor f 3100,- 
  • 3) als var.2 maar zonder Viola di Gamba op bovenmanuaal voor f 2750,- Uiteindelijk wijkt het opgeleverde orgel volgens contract af van de 3 aangeboden varianten. 

Een kwitantie van P.Flaes getekend 28 juli 1871 voor het leveren van een nieuw kerkorgel volgens contract voor een bedrag van  f 3275,00 Een kwitantie van G.Jansen getekend 22 juli 1871 voor het verven van het nieuwe orgel f 50,- Een reglement van 15 artikelen voor de organisten, opgesteld 23 sept. 1893 door de secretaris van het kerkbestuur. In 1950 wordt er gesproken en geschreven over een grote verbouwing van de kerk in overleg met architect Ir.M.C.A. Meischke en aannemer Fa. J.Slegt te Gouda. Ook het front van het orgel moet een metamorfose ondergaan v.l.g. de architect. Er komen 2 aanbiedingen van orgelbouwers:

Offerte van H.Vermeulen uit Overschie 4 januari 1952:

  • demontage orgel en opbergen op ander galerij tot kerkverbouwing klaar is.
  • schoonmaken van alle delen.
  • Frontvormverandering op aanwijzing van de architect.
  • Alle pijpwerk uitdeuken en ronden.
  • Stiften en haken controleren.
  • Nieuwe pennen voor registermechaniek
  • Nieuwe bronzen veren onder de speelventielen (112 stuks).
  • Klavierbeleg in orde maken en e.v.t. aanvullen.
  • Registerknoppen completeren.
  • Nieuw koperdraad aanbrengen.
  • Pijpstokken die niet vlak zijn  vlakken.
  • Conserveren van eventueel door houtworm aangetaste delen
  • Intonatie en stemmen.
  • Nieuw eikenhouten pedaal
  • Frontpijpen polijsten en met metaallak overtrekken.

Totaal voor : f 3200,-

Offerte van Fa. J.de Koff te Utrecht:

  • demontage orgel en opbergen op ander galerij tot kerkverbouwing klaar is.
  • verhelpen van bijspraak door pijpstokken die niet vlak zijn te vlakken.
  • Winkelhaakregels boven de klavieren door nieuwe vervangen vanwege slijtage.
  • Lagers van beide welramen vernieuwen, de assen laten lopen in bevoerde lagers,teneinde de ruimte in de speelaard tot een minimum terug te brengen.
  • Koperwerk van schroef- en aanhangdraden der abstracten vernieuwen, alsmede de voorstekers en alle windladeveren, daar bij demontage de koperdraden kunnen breken.
  • De blaasbalg is nog in goede staat en zal waar nodig winddicht worden gemaakt.
  • Op de Subbaslade zullen alle membramen door nieuwe worden vervangen van de eerste soort Amerikaans spaltleder.
  • De windmachine wordt in de vastgestelde bergruimte achter het orgel geplaatst, terwijl het wind toevoerkanaal zal worden vervaardigd van droog vurenhout.
  • De afsluiting boven de frontpijpen komt te vervallen , een en ander in overleg met uw architect , terwijl de orgelkas van boven gesloten zal blijven om invallen van vuil te voorkomen en een grotere en betere klankuitstraling te verkrijgen.
  • Alle onderdelen zullen goed stofschoon worden gemaakt.
  • Aan de pijpen zal veel zorg worden besteed, stemkrullen-labiums en kernspleten zullen goed worden nagezien, terwijl loszittende baarden opnieuw worden aangesoldeerd.
  • Aan de intonatie zal eveneens zorg worden besteed, terwijl de pijpen zuiver gestemd zullen worden.
  • De kosten voor het demonteren en opbouwen, alsmede bovengenoemde werkzaamheden zullen bedragen: Fl.2485,-
  • Daar het pedaalklavier van abnormale afmetingen is en het bovendien erg rammelt, verdient het aanbeveling dit te laten vervangen door een nieuw van prima eikenhout, volgens de int. Afmetingen van C-d. Hiertoe dient dan ook het pedaal walsbord en de abstractuur te worden veranderd. De kosten hiervoor zullen bedragen: fl.375,-
  • Voor het eventueel polijsten der frontpijpen  moet op een bedrag worden gerekend groot: fl.325,- 

Totaal bedrag:  fl.3185,-

De opdracht werd op 10 januari 1952 schriftelijk gegeven aan de Fa J.Koff met uitdrukkelijke vermelding van de frontwijziging volgens de architect Meischke voor het bedrag van fl.3185,- In 1952 is de ombouw helaas gepleegd met een niet te best resultaat. In die tijd was dat zo de gewoonte. Het orgel werd in een nieuw aangebrachte nis geplaatst. Het oude front werd verwijderd, maar de originele frontpijpen bleven gelukkig bewaard. Behalve de in de offerte genoemde werkzaamheden is nog het volgende gedaan: De originele Trompet 8’verdween en maakte plaats voor een fabrieksprodukt.

De Bourdon 16’ van het ondermanuaal werd bespeelbaar gemaakt als vrije stem op het pedaal. Dit zou een verbetering geweest zijn als de traktuur (verbinding tussen toets en ventiel) mechanisch gemaakt was, maar, zoals gewoon in die dagen , werd de traktuur pneumatisch gemaakt, hetgeen de nodige storingen en gebreken tot gevolg had. De Bourdon 16’werd dientengevolge op het manuaal I alleen bespeelbaar in de discant (vanaf cis1) Ook werden de frontpijpen van de prestant met pneumatische tractuur aangesloten. De laatste organist die het orgel in Gouda vanaf 1930 heeft bespeeld was de heer D.G. van Vreumingen, de eigenaar van de bekende tabakswinkel aan de markt in Gouda. Zijn zoon (de vader is in 1999 overleden) heeft de opstelling van het orgel destijds in Gouda ter beschikking gesteld.

Ook is het orgel nog bespeeld door de heer Arie Pronk, die bekend is van de zanguitvoeringen voor de EO; hij deed dit van 1950 tot 1960, voor de vrijzinig hervormden die ook van het kerkgebouw gebruik maakten. Dit blijkt uit een brief van de heer van Vreumingen van 23 september 1992.

Ook is het orgel zo nu en dan bespeeld door familieleden van de heer van Vreumingen. De heer van Vreumingen heeft het orgel later nog een keer bespeeld in Moordrecht met de heren Huib den Boer en Panc Vink. Bij die gelegenheid wees de heer van Vreumingen het gezelschap op een paneel in de achterwand van het orgel  met daarop een overzicht van de namen van de organisten die het orgel sinds 1871 hebben bespeeld. Dit paneeltje van opgeplakt papier bestaat nog steeds maar het is helaas gedeeltelijk beschadigd bij de overplaatsing naar Moordrecht.

Het volgende is zover mogelijk nog te lezen op dit paneeltje:

Dit Orgel
Is ingewijd den 23 Juli 1871
Bespeeld om beurten door de (heren)
Jakob Kwast en
Cornelis Corstianus K —–
De inwijdingsrede  gehouden  ——- (door)
Den Predikant J.G Sche —-
Tekst  2 Corinthe 5 vers 1,  —–
“Ziet, het is alles nieuw geworden —–
Gezongen:
Voorzang:  2e  Bundel  Gez:   —-
1e Tuschenzang 1e Bund. Gez: —
2e          _           Psalm  51
3e          _           1e Bund. Gez.  —-
4e          _           1e Bund. Gez.  —-
Nazang :      2e  Bundel  Gez:   —

                  Organisten
Van 23 Juli 1871 tot ultimo december 1871
Jakob Kwast en C:C: Knaaps
De eerste vertrok 1 Januari 1872 naar
Amsterdam als Organist der Amstelkerk
van 1 Januari 1872 tot 24 Sept. 1893
C C Knaap Eerwd. Ambtsdrgn

(Op een apart vel:)
In diens plaats benoemd de Organist
H.B. Spaanderman
Eerste dienst  1 October 1893
Laatste   _     21 Januari 1894
In diens plaats benoemd den Organist
Joh. G. Arends
Eerste dienst    ??  Januari 1894

Verder biedt het paneel geen informatie. Tot 1969 werd het orgel bespeeld door de voornoemde heer van Vreumingen. In 1969 werd de Remonstrantse kerk in Gouda gesloten en gingen de Remonstranten samen kerken met de Lutherse gemeente op de Gouwe.

Het orgel werd in 1969 aangekocht door de Gereformeerde kerk in Moordrecht voor de prijs van slechts f 3000,- Bemiddeling in deze transaktie werd verleend door de toenmalige burgemeester van Moordrecht de heer H.C. Vermaat. De tip die leidde tot de aankoop was van de heer Gerard Verloop, orgeldeskundige te Schagen, die toen nog in Moordrecht woonde. Een rekening van de firma Fonteyn en Gaal te Amsterdam en Rotterdam vermeldt het volgende:

Uw kerkorgel gedemonteerd, geladen, vervoerd en opgeslagen, incl. reiskosten en nota expediteur, uitgevoerd in Januari 1968,  incl. 4% o.b.  f 2059,20

De onderdelen van het orgel zijn na de demontage ruim een jaar opgeslagen geweest in een loods van de heer A.van Houwelingen kaashandelaar in het Westeinde. Dit heeft het orgel geen goed gedaan. Een van de oorzaken was een onderlinge strijd in de kerkelijke gemeente, of het orgel voor of achter in de kerk moest worden geplaatst. Uiteindelijk werd de overplaatsing van het orgel naar Moordrecht uitgevoerd door de firma Fonteyn & Gaal uit Rotterdam voor de prijs van f 18760,- incl. 12% BTW. Een rekening van Fonteijn en Gaal van 7 Oktober 1969 vermeldt het volgende:

Rekening voor de Commissie van Beheer der Geref. Kerk te Moordrecht No. 6947

Uw orgel opgesteld op de galerij, windlade gerepareerd, abstracten hersteld, frontpijpen opgevormd, onderdelen en pijpwerk schoongemaakt, intonatie gecorrigeerd en ingestemd, 2 nieuwe regulateurs gemaakt ven sipo mahonie, kanalisatie vernieuwd, bedrijfsklaar aangesloten, nieuwe orgelmotor volgens offerte 30/12 ’68,  nieuwe motorkist, nieuw orgelfront met zijwand, frontpijpen aangepast aan nieuwe opstelling, nieuwe pedaalkoppel apparatuur,uitgevoerd in lichtmetaal, incl montage (onderdelen gespecificeerd : totaal bedrag  f 18760,-)

Men ging zonder respect voor het orgel te werk: De pneumatische overbrenging van het pedaal werd gelaten zoals het was, behalve dan dat de loden conducten werden vervangen door inferieure plastic slangetjes; wel werd de koppeling tussen pedaal en ondermanuaal vernieuwd, met aluminium strippen als abstracten, wat geen succes bleek in de praktijk. De oude magazijnbalg werd vervangen door 2 regulateuren; een voor de manuaallade en een kleine voor de Bourdon 16’van het pedaal.

Dientengevolge was de capaciteit van de nieuwe windvoorziening te klein met als gevolg dat bij het volle werk de klank wegzakte (windziek). De stemming had hier onder dus te lijden. Enkele pijpen van de Prestant 8’in het front werden ingekort (afgezaagd) omdat er in de hoogte geen ruimte genoeg was. Het orgel werd op het achterbalkon van de kerk in de hoek geplaatst waardoor architect Frans Vink Fz. noodgedwongen een asymmetrische frontopstelling moest ontwerpen. Een mooie kans werd gemist omdat een bestaand los orgelfront van Flaes dat beschikbaar was in Grosthuizen (N.H.) niet werd benut. Ternauwernood en met veel drang kon door de orgelcommissie worden voorkomen dat Fonteyn & Gaal de frontpijpen via electrische tractuur installeerde dit typeert de werkwijze van deze 2e rangs firma, die eigenlijk alleen was gespecialiseerd in electropneumatische orgels. In plaats hiervan werden conducten aangebracht zoals gebruikelijk bij mechanische orgels.

Ook de bekende organist Nico van den Hooven, een oud-Moordrechtenaar die de inspeling verzorgde was nog als adviseur bij de zaak betrokken. De beide organisten Huib den Boer en Pim Vink zagen in 1983 kans om de hand te leggen op een originele Flaes-Trompet  die afkomstig was uit het Flaes orgel te Hazerswoude. Die was daar al eerder uit verwijderd door de heer Wil Boeghem te Amstelveen. Op een zaterdag hebben beide heren de Trompet opgehaald voor f 1000,- (een koopje). De pijpen lagen opgeslagen op een oude zolder. Enkele weken later heeft de Firma Kaat en Tyhuis te Kampen de Trompet in het orgel geplaatst. De fabriekstrompet is verkocht naar de Bethel kerk in Moordrecht voor f 700,- en staat daar nog in het daar aanwezige unit-orgel.

In 1990 zijn door dezelfde firma een aantal restauraties en reparaties uitgevoerd voor de prijs van f 45000,-, welk bedrag werd geschonken door de oud-papier commissie:

  1. a) De verbinding tussen toets en ventiel van de Bourdon 16’van het pedaal mechanisch gemaakt en uitgebreid met 2 pijpen cis’en d’ zodat een volledig vrij pedaal onstond, derhalve is de pneumatiek verwijderd.
  2. b) De Bourdon 16’van het ondermanuaal, die in feite alleen in de discant van pijpen was voorzien, is naar onderen uitgebreid tot klein c door middel van een rij pijpen afkomstig van de Holpijp van het boven manuaal.

De Holpijp van het bovenmanuaal verkreeg een nieuw groot octaaf, naar voorbeeld van de oude pijpen.

  1. c) Verbetering van de windvoorziening met een dubbelvoudige magazijn balg naar voorbeeld van een originele balg van Flaes en verplaatsing van de windmotor.
  2. d) Vervanging van de Pedaal koppel door een goed functionerende dubbele koppeling van het pedaal naar het ondermanuaal en naar het bovenmanuaal.

e)Uitbreiding van de wel zeer beperkte bezetting van het bovenmanuaal  met een Woudfluit 2’ op een kantsleep naar het voorbeeld van de Woudfluit in het Flaes orgel te Uitgeest.

  1. f) Reparatie van het pijpwerk, met name de kapot gestemde bovenranden.
  2. g) De lade aan de onderzijde beplakt met leer tegen lekken naar buiten.
  3. h) Behandeling tegen houtworm en nog diverse kleine noodzakelijke werkzaamheden zoals

schoonmaken pijpwerk, reparatie enkele gescheurde houten pijpen, opnieuw aanbrengen van enige verdwenen ornamenten van de klaviatuur, herintonatie Viola di Gamba, mechaniek afregelen, reparatie en afdichting van de verhoogde Cornet bank, stemmen. Overwogen werd nog om een restauratie uit te laten voeren onder supervisie van Monumentenzorg. Dit plan werd echter al snel verlaten toen bleek dat Monumentenzorg als voorwaarde stelde:

Een origineel gereconstrueerd Flaes front en plaatsing midden op de galerij.

De hoge kosten , o.a. bouwkundige voorzieningen, hiervoor zouden evenwel niet voor vergoeding in aanmerking komen en de mogelijkheden van de kerkelijke kassen verre overschrijden.  De heer Karel Terlouw heeft de orgelbank voorzien van nieuw leder. In 2002 is door de orgelmaker Maarten Vos j.r. te Gouderak de Trompet gerestaureerd en geintoneerd. Het orgel is nog in goede staat en kan nog jaren mee, vooral dankzij het degelijke werk en het gebruik van duurzame materialen van de bouwer P.Flaes. De heren Dick Admiraal en Pim Vink hebben de orgelkas in 2010 opnieuw geverfd. 

Het orgel heeft de volgende dispositie:

Ondermanuaal: Bovenmanuaal:  Pedaal:
Prestant 8 Salicionaal 8    Bourdon 16
Bourdon 16 (vanaf c klein) Holpijp 8Manuaalkoppel
Octaaf 4Viola di Gamba 8Pedaalkoppel 1
Quint 3Roerfluit 4Pedaalkoppel 2
Octaaf 2Woudfluit 2  (nieuw)  
Cornet 4 Sterk Manualen C-f3 
Trompet 8 BasPedaal:  C-d1 
Trompet 8 Discant  

Organisten in Moordrecht vanaf 1954:

  • J.Priem nog in de oude kerk op de Dorpsstraat tot 1965
  • J.Goedhart tot ?
  • J.Faas van 1954 tot 1974
  • Mevr. J.Blom-van Houwelingen van 1954 tot 1980
  • H.G. den Boer van 1974 tot maart 1999 (overleden)
  • W.N.Vink vanaf 1969   tot juni 2014
  • Mevr. van Mourik (Gouderak)  van 1986 tot 1998
  • H den Boer (Gouda)  vanaf  1999  tot  mei 2014
  • F.Pieck  vanaf 1999 tot 2000 (overleden)
  • W van Dommelen vanaf 1999   tot  jan.  2014
  • Lamboo vanaf 1999 (den Haag) tot  nov. 2013
  • M.Siebel vanaf  2003    tot juni  2014